Van cry-baby weer terug naar stoere surfchick

Ik ben alweer vijf maanden op reis en wat een surftrip had moeten zijn, is een ik-blijf-de-hele-dag-op-mijn-luie-reet-liggen reis geworden. Ik heb golven gepakt in Lima aan het begin van mijn reis, maar in het surfdorpje Huanchaco ging het helemaal fout. Zo fout dat ik deze blog bijna niet heb kunnen schrijven…

Ik kwam ‘s ochtends vroeg aan in Huanchaco. In mijn hostel zag ik een super knappe surfdude. Hij vroeg of ik mee ging surfen en zonder eerst een ontbijtje te eten, heb ik me in een loeistrak wetsuit gehesen. De golven waren groot, zo’n drie meter hoog en niet zo vriendelijk als in Lima. De surfdude vroeg nog: “weet je zeker dat je het water in wil?” Ik wilde me niet laten kennen, dus ik peddelde achter hem aan. Hij pakte een aantal mooie golven en ik was onder de indruk. Ik wilde ook de coole surfer zijn, dus toen ik achter me een golf zag, begon ik als een gek te peddelen. Ik voelde de golf onder me en ik sprong op m’n board. De golf was zo groot en sterk dat ik mijn evenwicht verloor. Ik viel voorover en ik werd in het koude water gesleurd.

Toen ik boven kwam, snakte ik naar adem, maar ik werd meteen weer overspoeld door een andere golf. Ik werd verder meegesleurd naar de rotsachtige kust. Als ik daar terecht zou komen, zou ik verpletterd worden. Ik klom weer op mijn plank en ik moest een heel eind peddelen om bij de surfgod te komen. Hij vroeg of het met me ging en ik antwoordde dat ik het water uit wilde. Dat was nog een hele opdracht, omdat we naar het zandstrand moesten pedellen, tegen de stroom in. Na vijftien minuten peddelen, werd ik door een hoge golf van mijn board gesmeten. Ik werd weer richting de rotsen gesleurd en ik had niet meer de energie om terug te peddelen naar mijn surfpartner. Ineens werd ik heel kalm en ik dacht: als ik zo aan mijn einde moet komen, dan zal het zo zijn.

“Ineens werd ik heel kalm en ik dacht: als ik zo aan mijn einde moet komen, dan zal het zo zijn.”

Ik had niet de kracht om nog eens dertig minuten naar de kust te peddelen. De surfgod schreeuwde: “dude, do you need help!?” Ik wilde me eigenlijk niet laten kennen, dus ik piepte heel zacht: “please help me”. De surfer kwam met grote slagen naar mij toe. Hij zei dat ik op mijn plank moest gaan liggen en het koord van zijn surfboard moest vasthouden. Hij peddelde naar het strand en daar aangekomen, was ik helemaal aan het shaken. Ik viel bijna flauw maar de surfdude was snel naar de supermarkt gerend om zoetigheid te halen, zodat hij me vol kon stouwen met suikers. Na wat chocola en cola -wat een erg vieze combinatie is- voelde ik me weer wat levendiger…

Na deze ervaring heb ik de meeste surfmogelijkheden afgeslagen. Het was te koud, te warm, te bewolkt of te zonnig. In Pipa, waar er vriendelijke, mini golfjes waren, heb ik me wel weer in het water gewaagd maar dat was niet te vergelijken met Huanchaco. In het mooie Florianopolis had ik mijn laatste mogelijkheid om te surfen. Toen ik de golven zag, moest ik even slikken. De zee was ruig en er was geen mooie beach break zoals in Pipa. Ik was met een vriend en ik wilde geen watje zijn, dus pakte ik een surfboard en ging achter hem aan.

duck dive fitgirls

De stroming was sterk en de golven waren ruig. Ik zag een muur van water op me afkomen en ik maakte een duckdive. Ik kwam weer boven water, maar ik had een dikke paniekaanval. Ik kan dit niet, dacht ik. Ik begon raar te ademen en ik wist niet hoe snel ik het water uit moest peddelen. Ik wilde huilen. Ik voelde me stom. Waarom liet ik mijn angst het surfen voor me verpesten?

Ik liep terug naar de surfverhuur en wilde mijn wetsuit uittrekken. Het meisje dat daar werkte, vroeg of het wel goed met me ging. Ik vertelde haar het verhaal over Huanchaco en ze zei dat het inderdaad iets ruiger was in Florianopolis. Toen zei ze: “maar je kan ook een funboard huren?” Ik keek naar het piepschuimen board en ik dacht: pfff ik ben een surfer en ik ga niet op zo’n board de zee in. Ik voelde me daar te goed voor. Ze haalde me over om het tóch te proberen. Met zo’n board kan je beter drijven en heb je iets meer grip. Die dag had ik een keuze: ik bleef een arrogante troela óf ik ging weer even terug naar de basis met zo’n foamboard.

“Die dag had ik een keuze: ik bleef een arrogante troela óf ik ging weer even terug naar de basis”

Met mijn grote piepschuimen beginnersboard liep ik de zee in. Ik had verwacht dat de surfdudes me uit zouden lachen, maar ze toonden respect. Ook mijn vriend zei: “Hė Eef, goed dat je weer in het water bent!” Met mijn funboard had ik betere grip in de ruige zee en bleef ik makkelijker drijven, zelf als er grote golven op me af kwamen. In het begin peddelde ik wat rond om meer zelfvertrouwen te krijgen en toen ik mezelf weer had hervonden, probeerde ik een golf te pakken. Helaas tuimelde ik weer van mijn board en heb ik de surfdudes tien minuten aan lachen bezorgd. Zelf kon ik er ook wel om lachen en ik klauterde weer op mijn piepschuimen plank.

Moraal van dit verhaal? Soms moet je je trots opzij zetten en weer even terug naar de basis. Dit kan met van alles zijn. Na het herstellen van een blessure, na een burn-out of bij het verbreken van een relatie. Soms moet je weer even terug naar jezelf om vanuit daar weer verder te bouwen. Meestal kom je er sterker uit dan tevoren. Nog even een cheesy afsluiter: “what doesn’t kill you, makes you stronger!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *