Eerste hulp bij scheenbeenklachten

Als sportfysiotherapeut zie ik regelmatig hardlopers of sporters die vaak springen met scheenbeenklachten die veel eerder en sneller opgelost hadden kunnen worden bij eerder ingrijpen. Wat zijn scheenbeenklachten eigenlijk? Hoe ontstaat het? En wat kun je er zelf aan doen?

Wat zijn scheenbeenklachten?

Het mediaal tibiaal stress syndroom (MTSS) geeft pijn in de schenen en is één van de meest voorkomende “overbelasting blessures” bij hardlopers. De klacht komt vaak voor bij herhaalde high-impact belastingen en is verantwoordelijk voor 13 tot 17% van alle hardloopblessures(1). Vrouwen hebben een hoger risico dan mannen om deze klachten te ontwikkelen.

Bij deze blessure wordt zeurende pijn aan de binnenzijde van het onderste gedeelte van het scheenbeen ervaren in een specifiek gebied (zie afbeelding). Aanvankelijk ontstaat de pijn vaak alleen tijdens het sporten, maar de pijn kan later ook na de belasting aanhouden.

Op het internet en door sporters wordt de term ‘shin splints’ vaak gebruikt als containerbegrip voor alle scheenbeenklachten, terwijl er dan meestal MTSS wordt bedoeld. Verder is er vaak te lezen dat er bij shin splints sprake is van botvliesontsteking van het scheenbeen. Ondertussen is waarschijnlijk wel duidelijk dat dit geen oorzaak is van de klachten bij MTSS(2).

Bij het MTSS treedt er verandering op van de Tibia (scheenbeen-bot) doordat belasting en belastbaarheid niet in balans zijn. Bij veel (hard-)lopen en springen krijgt het scheenbeen flinke compressiekrachten te verwerken. Normaal gesproken wordt bot hier alleen maar sterker door, totdat een bepaalde grens qua belasting wordt overschreven. Vanaf dat moment treedt het omgekeerde op, namelijk dat het bot bij minder belasting pijnlijker en zwakker wordt. Botscans tonen aan dat de botdichtheid bij geblesseerde atleten 23% lager is dan bij niet-geblesseerde atleten en op het moment dat de symptomen verminderen, de botdichtheid zich herstelt tot normale waarden(2).

Als pijnklachten langer dan twaalf weken bestaan, spreekt men van chronische pijn. Het zenuwstelsel wordt overgevoelig naarmate pijn langer aanwezig is(3). Hier zal ik in een volgend blog uitgebreid op terugkomen.

Oorzaak?

Overbelasting

De belangrijkste oorzaken van overbelasting zijn veel springen of hardlopen. Vaak ontstaan scheenbeenblessures door een te snelle opbouw in belasting. Als je het hardlopen bijvoorbeeld weer oppakt na een periode gestopt te zijn, is het belangrijk om dit weer rustig op te bouwen. Een opbouwschema is belangrijk, ook als je het conditioneel wel aankunt. Je spieren, pezen en botten moeten weer wennen en zich dus ook weer aanpassen aan de belasting.

Looppatroon

De manier waarop je rent kan een rol spelen bij het ontwikkelen van deze blessure. Als je bijvoorbeeld tijdens het hardlopen door je heupen heen zakt, waardoor je knie iets naar binnen draait (endrotatie), kan je voet naar binnen kantelen (pronatie). Dit is een bekende intrinsieke risicofactor voor het ontwikkelen van MTSS. Bij pronatie in de voet ontstaat er namelijk een (excentrische) aanspanning van de kuitspier (m. soleus). Hierdoor wordt er vanuit de hiel extra lengte van de spier gevraagd waardoor er extra trekkrachten op de pees en op het scheenbeen ontstaan (1).

Spierkracht

Romp en heupstabiliteit lijken een rol te spelen in het ontstaan van blessures aan de onderste extremiteit (heupen, knieen en enkels)(2). Als er vanuit de romp instabiliteit ontstaat, zullen je benen harder moeten werken om dit te corrigeren. Bij sporters met spierzwakte in de triceps surae (kuitspieren) of een verminderd spieruithoudingsvermogen, zal er bij spiervermoeidheid eerder buiging van het scheenbeen (Tibia) optreden.

Wat kun je er aan doen?

Relatief veel rusten, want van helemaal stoppen met bewegen wordt niemand sterker. Het is wel belangrijk dat jij je lichaam de kans geeft om zich te kunnen herstellen. Zorg dus dat je niet door de pijn heen traint. Een goede tool hiervoor is om de VAS pijnschaal te gebruiken, waarbij jij je pijn scoort op een schaal van 0-100 waarbij 0 geen pijn is en 100 de ergst mogelijke pijn. Een maximale pijnscore van VAS, ≤40, wordt tijdens alle belasting aangehouden. Ga je hier overheen, dan kun je beter stoppen met hardlopen en kun je beter verder gaan wandelen.

Een behandeling zal zich voornamelijk richten op het geleidelijk opbouwen van de belasting. Hierdoor wordt de botaanmaak gestimuleerd en de botafbraak geremd. De training moet zeer geleidelijk opgebouwd worden om recidief te voorkomen. Frequentie, omvang en intensiteit zijn belangrijke parameters(4). De loopbelasting kan worden opgebouwd met behulp van een fysiotherapeut (bijvoorbeeld volgens het schema van Moen)(2). Vaak wordt er gestart op een loopband, gezien de dempende werking van het rennen op een loopband(2).

Daarnaast kan spierkrachttraining van de romp en heupen een belangrijke interventie zijn. Hierdoor zul je minder uit balans raken en wordt de belasting op het scheenbeen minder. In het eerste behandelstadium worden vaak oefeningen uitgevoerd om het krachtuithoudingsvermogen te versterken zonder de tibia zwaar te belasten. Later in het behandeltraject (na twaalf weken), als de belastbaarheid verhoogd is, worden deze oefeningen ook in explosievere vorm toegepast. Er wordt vaak gekozen voor complexe oefeningen waarbij meerdere spiergroepen tegelijk aangesproken worden. Dit is ook om de coördinatie en balans te verbeteren.

Uit onderzoek is echter gebleken dat alleen spierkrachttraining niet voldoende is om een ander looppatroon aan te nemen. Er zal ook loopscholing plaatsvinden om de motorische aansturing te veranderen(5). Een hardlooptrainer of sportfysiotherapeut kan je hierbij helpen.

Verder kan het veranderen van je vaste rondje een belangrijke aanpassing zijn. Als je altijd aan dezelfde kant van de weg loopt, kan er grotere belasting ontstaan op een been omdat de weg vaak lager is aan de zijkanten. Simpelweg je rondje zo nu en dan aan de andere kant lopen kan al veel schelen.

Samenvattend: Negeer je scheenbeenklachten niet, die vaak oorzaak zijn van overbelasting. Door een aantal relatief eenvoudige aanpassingen toe te voegen in je trainingsschema, looppatroon en krachtopbouw kun je al snel weer pijnvrij door het leven.

Bronnen:

  1. The incidence and risk factors in devolopment of medial tibila stress syndrome among naval recruits. Yates B, White S. 3, sl : Am J Sports Med, 2004, Vol. 32. 772-80.
  2. MH, Moen. Aetiology, imaging and treatment of medial tibial stress syndrome. Nieuwegein : Arko Sports Media, 2012.
  3. NHG-Standaard Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK). Olde Hartman TC, Blankenstein AH, Molenaar AO, Bentz van den Berg D, Van der Horst HE, Arnold IA, Burgers JS, Wiersma Tj, Woutersen-Koch H. sl : Huisarts Wet , 2013.
  4. Bruijn, de MC. Het mediaal tibiaal stress syndroom bij sporters. sl : Vereniging voor sportgeneeskunde, 2010.
  5. The Effect of a Hip-Strengthening Program on Mechanics During Running and During a Single-Leg Squat. , Willy RW. Davis. 9, sl : journ orth & sports phys ther, 2011, Vol. 41.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *