6 dingen die mensen je niet vertellen over het rennen van een (halve) marathon

Zo’n drie jaar geleden ben ik begonnen met hardlopen. Een goede vriend van mij liep marathons, en haalde mij over om ook een marathon te gaan lopen. Even voor de duidelijkheid: ik zat liever met een zak chips op de bank, dan dat ik voor de lol ging hardlopen. Ik ben niet vies van een uitdaging en ik schreef me zonder hardloopervaring in voor mijn eerste hardloop-event: een hele marathon. Ik heb hem uitgelopen, maar wel met een knieblessure, gedrogeerd van de paracetamol en met een paar teennagels minder. Dit klinkt natuurlijk niet heel lekker, maar sindsdien ben ik wél verslaafd geworden aan hardlopen. Ik moest zelf alles ondervinden, vandaar een rete eerlijke blog over wat je te wachten staat bij een (halve) marathon (en wat je ertegen kunt doen).

1. Je stringetje gaat schuren

Ja, mensen lachen hier om, maar dit punt staat niet voor niets op nummer één. Tijdens mijn eerste marathon had ik één of ander kanten stringetje aangedaan. Volgens mij omdat ik er sexy uit wilde zien voor de hardlopers achter mij, en ik wilde ze niet afschrikken met de lijnen van een comfortabele oma-onderbroek. Nou, ik heb het geweten en mijn bilspleet al helemaal: deze stond in vuur en vlam. De schuurplekken op mijn bil zorgde er zelfs voor dat ik niet meer wilde douchen, omdat het stromende water een ware hel was. Ieuwl, vet ranzig ja. Trek dus lekker een comfortabele oma-onderbroek aan of een naadloze sportstring. Een (halve) marathon is niet de plek om sexy te doen. 😉

2. Je krijgt een kak-aanval

Hier wil ik liever niet over schrijven, maar eigenlijk is het wel essentiële informatie. Ik had namelijk ooit het fantastische idee om meteen na het avondeten een lange afstand te gaan lopen. DOE DIT NOOIT! Ik ben namelijk huilend, met mijn handen op m’n billen, een restaurant in Ouderkerk aan de Amstel ingestormd. Ik hield het gewoon niet meer. Iedereen die weleens een erge voedselvergiftiging heeft gehad, weet wel hoe ik me voelde op dat moment, best wel shit. Er wordt niet voor niets aangeraden om twee uur voor de (halve) marathon niks meer te eten en om nog even naar het toilet te gaan. Eet ook eerder een witte boterham in plaats van een bruine, zodat je heerlijk met obstipatie die lange afstand gaat rennen. Om te voorkomen dat je tijdens het hardlopen moet plassen, kan je het beste ook het drinken twee uur van tevoren staken. Kleine slokjes water tussen het rennen door, kan natuurlijk wel. Net zoals het ‘eten’ van gels voor extra energie tijdens je lange afstand.

3. Je teennagels vallen er af

Wie poezelige voetjes wilt, moet zeker geen lange afstanden gaan lopen. Door lang te rennen, schuiven je voeten in je schoen, waardoor je tenen telkens tegen de voorkant aanstoten. Na mijn eerste marathon was ik super high van alle feromonen, en had ik pas door dat er teennagels gesneuveld waren toen ik mijn schoenen uit trok en mijn sokken knalrood waren van het bloed. Weer een hoog ieuwl gehalte, maar het is de waarheid lieve fitgirls. Je kunt dit voorkomen door je teennagels lekker kort te houden.

4. Alles gaat pijn doen

Nog nooit in mijn leven heb ik zoveel blessures gehad als tijdens mijn trainingen voor de hele marathon: overbelaste pezen, knopen in mijn voet en een zere bilspier. De oplossing? Blijf vooral krachttraining doen om je spieren sterk te houden. Als je krachtige beenspieren hebt, wordt de doorbloeding beter en de banden en pezen sterker. Daarnaast is het aan te raden om het hardlopen rustig op te bouwen. Ga dus niet van bankhangen naar zestien kilometer hardlopen. Dit vinden jouw pezen niet leuk (en jij zelf trouwens ook niet). Volg dus een trainingsschema voor jouw niveau en voorkom dat je de (halve) marathon niet kunt lopen door een blessure.

5. Je moet op een taart-dieet

Nog niet afgeschrikt van al die walgelijke hardloop-ervaringen? Dan ga ik je nu verblijden met leuk nieuws, namelijk dat je gi-gan-tisch veel calorieën verbrand met het lopen van lange afstanden. Met een zestien kilometer run heb je namelijk genoeg verbrand om je daarna vol te proppen met twee bussen Pringles, en dan zit je alsnog niet aan het aantal verbrandde calorieën. Als je traint voor een (halve) marathon, zijn koolhydraten je beste vriend. Appeltaart, pasta, brood met appelstroop, het mag allemaal!

6. Je wordt er high van

Nee, geen drugs voor mij. Doe mij maar een lange afstandsloop. Soms zit ik zó in mijn run, dat ik na afloop geen idee meer heb van waar ik ben geweest, en dat het voelde alsof ik vloog. Klinkt een beetje eng, I know, maar dit fenomeen wordt ook wel ‘runners high’ genoemd. Ik zou eerlijk zijn in deze blog, en ik zal je vertellen dat je deze niet gaat ervaren tijdens je eerste twee kilometer run, sorry. Echter, als je steeds makkelijker lange afstanden gaat lopen, weet ik zeker dat je het een keer gaat ervaren. Dit komt doordat na 30 minuten bewegen het gelukshormoon endorfine aangemaakt wordt door het lichaam. Dit verzacht pijn en geeft je een fijn gevoel. Zodra je dus makkelijk meer dan 30 minuten beweegt, kun je high worden op je eigen hormonen. Hoe cool is dat?!

Heb jij al zin om een marathon te lopen?

One thought on “6 dingen die mensen je niet vertellen over het rennen van een (halve) marathon

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *